to inflame
in
ɪn
in
flame
ˈfleɪm
fleim
inflate

Definitie en betekenis van "inflame"in het Engels

to inflame
01

ontsteken, irriteren

to initiate a biological response to injury or infection, marked by redness, swelling, pain, and heat 
Transitive: to inflame a body part
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
inflame
3e persoon enkelvoud
inflames
onvoltooid deelwoord
inflaming
onvoltooid verleden tijd
inflamed
voltooid deelwoord
inflamed
Voorbeelden
The repetitive strain on the wrist from constant typing began to inflame the tendons, causing discomfort. 

De herhaalde belasting van de pols door constant typen begon de pezen te ontsteken, wat ongemak veroorzaakte.

02

aanwakkeren, opzwepen

to stir up or provoke intense emotions in someone 
Transitive: to inflame a person or their emotions
Voorbeelden
The controversial remarks by the politician served to inflame public opinion, sparking heated debates. 

De controversiële opmerkingen van de politicus dienden om de publieke opinie aan te wakkeren, wat tot verhitte debatten leidde.

03

ontvlammen, verlichten

to cause something to become brightly illuminated, often resembling flames 
Transitive: to inflame a space or landscape
Voorbeelden
The setting sun began to inflame the sky. 

De ondergaande zon begon de lucht te ontvlammen.

04

ontsteken, aansteken

to ignite or start a fire 
Transitive: to inflame sth
Voorbeelden
The arsonist attempted to inflame the building by lighting a match near the fuel-soaked materials. 

De brandstichter probeerde het gebouw in brand te steken door een lucifer aan te steken bij de met brandstof doordrenkte materialen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store