Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to surprise
01
verrassen, verbazen
to make someone feel mildly shocked
Transitive: to surprise sb
Voorbeelden
The sudden appearance of a familiar face in the crowd managed to surprise me.
De plotselinge verschijning van een bekend gezicht in de menigte wist me te verrassen.
02
verrassen, overrompelen
to encounter or catch someone off guard
Transitive: to surprise sb/sth
Voorbeelden
They surprised the hikers by emerging suddenly from the dense forest.
Ze verrasten de wandelaars door plotseling uit het dichte bos tevoorschijn te komen.
03
verrassen, overrompelen
to seize, confront, or encounter someone or something unexpectedly
Transitive: to surprise enemy forces or positions
Voorbeelden
The soldiers planned to surprise the enemy camp at the break of dawn.
De soldaten waren van plan om het vijandelijke kamp bij het aanbreken van de dag te verrassen.
Surprise
01
verrassing
a mild feeling of shock we have when something unusual happens
Voorbeelden
Her surprise was evident when she opened the door to find a new car in the driveway.
Haar verrassing was duidelijk toen ze de deur opendeed en een nieuwe auto in de oprit vond.
02
verrassing
the act of surprising someone
03
verrassing
an occurrence that happens without warning, often causing astonishment
Voorbeelden
The birthday party was a surprise that he never saw coming.
Het verjaardagsfeestje was een verrassing die hij nooit zag aankomen.
Lexicale Boom
surprised
surpriser
surprising
surprise



























