Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
opstaan, gaan staan
Ze stond op toen de spreker de kamer binnenkwam.
verdedigen, standhouden
De activiste verdedigde haar principes in het aangezicht van harde kritiek van de media.
oprichten, organiseren
De bevelvoerend officier richtte een nieuwe speciale eenheid op, ervoor zorgend dat deze getraind personeel, de nodige uitrusting en duidelijke missiedoelen had.
optillen, rechtzetten
Zet de stoel alsjeblieft tegen de muur op als je klaar bent.
de toets der kritiek doorstaan, standhouden
De ooggetuigenverklaring hield stand als geloofwaardig en consistent met ander bewijs.
laten zitten, versieren
Ze liet hem staan in het restaurant nadat ze etensplannen hadden gemaakt.
naderen, dicht bij de stumps staan
Geconfronteerd met een vaardige slagman, stond de wicketkeeper wijselijk op bij de stumps, anticiperend op een snelle reactie.



























