Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to happen
01
gebeuren, plaatsvinden
to come into existence by chance or as a consequence
Intransitive: to happen | to happen point in time
Voorbeelden
The meeting happened because everyone agreed it was necessary.
De vergadering vond plaats omdat iedereen het erover eens was dat het nodig was.
Voorbeelden
The restaurant happened to be closed when we got there.
Het restaurant was toevallig gesloten toen we aankwamen.
03
weten, kennen
used in questions to politely inquire about the details of an event or situation
Transitive: to happen to do sth
Voorbeelden
Is there a chance you happen to have any extra tickets for the concert?
Is er een kans dat u toevallig extra tickets voor het concert heeft?
04
gebeuren, blijken
used to emphasize an unexpected or surprising fact
Linking Verb: to happen to do sth
Voorbeelden
That happens to be my car you just dented.
Blijkt dat dat mijn auto is die je net hebt gedeukt.
Lexicale Boom
happening
happening
happen



























