Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Hij moest het handvat stevig vasthouden om de koppige pot te openen.
stevig vasthouden, grijpen
De nieuwe wandelschoenen grijpen uitzonderlijk goed op glad terrein.
grijpen, omklemmen
Angst greep haar aan terwijl ze door de donkere en onbekende gang liep.
koffer, reistas
Hij pakte zijn pak in een leren koffer.
het handvat, de grip
Het handvat van het racket was versleten en moest worden vervangen.
grip, camera-assistent
De grip stelde de camera in voor de tracking shot.
haarklem, haarspeld
Ze gebruikte een haarklem om het bobkapsel vast te zetten.
greep, grip
Hij had een stevige greep op het touw.
beheersing, begrip
Ze heeft een stevige greep op de principes van calculus.
grip, hechting
De banden verloren de grip op de ijzige weg.
een hoop, een berg
Hij gaf een hoop geld uit aan die schoenen.



























