Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to delay
01
vertragen, uitstellen
to slow down or postpone something
Transitive: to delay an action or event
Voorbeelden
The bad weather delayed the outdoor event until the following day.
Het slechte weer vertraagde het buitenevenement tot de volgende dag.
02
vertragen, uitstellen
to arrive later than expected or planned
Intransitive
Voorbeelden
She delays when it's time to leave for school.
Ze stelt uit wanneer het tijd is om naar school te gaan.
03
vertragen, uitstellen
to temporarily prevent or hold up someone or something from proceeding
Transitive: to delay sth
Voorbeelden
Unexpected circumstances delayed the delivery of the package.
Onverwachte omstandigheden vertraagden de levering van het pakket.
04
vertragen, vertragen
to hinder or slow down the progress of something’s growth or development
Transitive: to delay a process or development
Voorbeelden
The cold weather delayed the growth of the crops this season.
Het koude weer vertraagde de groei van de gewassen dit seizoen.
01
vertraging, uitstel
the act of postponing or putting off something that was scheduled or expected to happen at a particular time
Voorbeelden
The delay in the project ’s completion caused frustration among the team members.
De vertraging in de voltooiing van het project veroorzaakte frustratie onder de teamleden.
02
a period of time during which an expected action or event is postponed or awaited
Lexicale Boom
delayed
delayer
delay



























