to brew
brew
bru:
broo
shewchewanewcoup

Definitie en betekenis van "brew"in het Engels

to brew
01

zetten, bereiden

to make a drink, such as tea or coffee, or soup by soaking ingredients in hot water 
Transitive: to brew sth
to brew definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
brew
3e persoon enkelvoud
brews
onvoltooid deelwoord
brewing
onvoltooid verleden tijd
brewed
voltooid deelwoord
brewed
Voorbeelden
She likes to brew her coffee with freshly ground beans every morning. 

Ze houdt ervan om elke ochtend haar koffie te zetten met versgemalen bonen.

02

zetten, bereiden

(of tea, coffee, soup, etc.) to undergo the process of being prepared by soaking in hot water 
Intransitive
Voorbeelden
The tea leaves are currently brewing in the hot water. 

De theebladeren zijn momenteel aan het trekken in het hete water.

03

brouwen, bier maken

to make beer, ale, etc. by soaking, boiling, and fermentation 
Transitive: to brew sth
Voorbeelden
He brews his own beer in the garage. 

Hij brouwt zijn eigen bier in de garage.

04

brouwen, gisten

(of beer, ale, etc.) to undergo the process of being made by soaking, boiling, and fermentation 
Intransitive
Voorbeelden
The beer is brewing in the fermentation tanks. 

Het bier is aan het brouwen in de fermentatietanks.

05

brouwen, verergeren

(of an unpleasant event or situation) to start to happen or become worse 
Intransitive
Voorbeelden
Trouble is brewing between the two rival gangs. 

Er brouwt onheil tussen de twee rivaliserende bendes.

06

aanwakkeren, opstoken

to cause an unpleasant event or situation to start happening or worsen 
Transitive: to brew sth
Voorbeelden
He brewed conflict between the two groups with his inflammatory remarks. 

Hij zaaide conflict tussen de twee groepen met zijn opruiende opmerkingen.

01

een brouwsel, een gefermenteerd drankje

a type of beverage that has been made by fermenting grains or other ingredients 
brew definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
brews
1.1

een biertje, een drankje

a beer, typically served as a single drink 
Voorbeelden
He grabbed a brew from the fridge. 

Hij pakte een biertje uit de koelkast.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store