Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pénétrer
01
binnendringen, binnengaan
entrer dans un lieu, souvent en franchissant une barriĂšre ou une frontiĂšre
Voorbeelden
La lumiÚre pénÚtre à peine dans cette piÚce.
Licht dringt nauwelijks deze kamer binnen.
02
doordringen, indringen
traverser une substance ou un matériau
Voorbeelden
Cette crÚme pénÚtre la peau en quelques secondes.
Deze crĂšme dringt binnen enkele seconden in de huid door.
03
comprendre profondément une idée ou un concept aprÚs une réflexion intense
Voorbeelden
Elle a enfin pénétré le sens caché du poÚme.
Ze heeft eindelijk de verborgen betekenis van het gedicht doorgrond.
04
doordringen, binnendringen
s'infiltrer dans les pensées, la culture ou un systÚme
Voorbeelden
Son discours a pĂ©nĂ©trĂ© les cĆurs.
Zijn toespraak drong door tot de harten.



























