Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pénétrer
01
binnendringen, binnengaan
entrer dans un lieu, souvent en franchissant une barrière ou une frontière
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
pénètre
1e persoon meervoud
pénétrons
1e persoon toekomende tijd
pénétrerai
onvoltooid deelwoord
pénétrant
voltooid deelwoord
pénétré
1e persoon meervoud imperfectum
pénétrions
Voorbeelden
La lumière pénètre à peine dans cette pièce.
Licht dringt nauwelijks deze kamer binnen.
02
doordringen, indringen
traverser une substance ou un matériau
Voorbeelden
Cette crème pénètre la peau en quelques secondes.
Deze crème dringt binnen enkele seconden in de huid door.
03
doorgronden
comprendre profondément une idée ou un concept après une réflexion intense
Voorbeelden
Elle a enfin pénétré le sens caché du poème.
Ze heeft eindelijk de verborgen betekenis van het gedicht doorgrond.
04
doordringen, binnendringen
s'infiltrer dans les pensées, la culture ou un système
Voorbeelden
Son discours a pénétré les cœurs.
Zijn toespraak drong door tot de harten.



























