Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The grand oak tree in their backyard provided ample shade during the summer.
De grote eikenboom in hun achtertuin bood in de zomer volop schaduw.
1.1
groots, luxueus
impressive in both size and quality, often considered as luxurious
Voorbeelden
The grand opera house is renowned for its stunning architecture and performances.
Het grand operahuis is beroemd om zijn prachtige architectuur en optredens.
02
prachtig, groots
exceptionally wonderful, often used to emphasize the quality of something
Voorbeelden
Her speech was grand, inspiring everyone in the room.
Haar toespraak was grandioos, wat iedereen in de kamer inspireerde.
03
edel, majestueus
(of a person) possessing high rank
Voorbeelden
The grand bishop delivered a sermon that left the congregation in awe.
De grote bisschop hield een preek die de gemeente in ontzag achterliet.
04
grandioos
(of a person or behavior) exhibiting nobility and magnificence, often intended to attract admiration or attention
Voorbeelden
The actor 's grand performance earned him a standing ovation from the audience.
De grandioze prestatie van de acteur leverde hem een staande ovatie van het publiek op.
05
verheven, edel
lofty and majestic in thought or expression
Voorbeelden
His grand prose transformed a simple story into an epic tale.
Zijn grandioze proza veranderde een eenvoudig verhaal in een episch verhaal.
Voorbeelden
His grand plan to travel the world required meticulous preparation and substantial funds.
Zijn grandioze plan om de wereld rond te reizen vereiste zorgvuldige voorbereiding en aanzienlijke fondsen.
06
groot
used in family relationships to show one generation above or below
Voorbeelden
The grand-children gathered around their grandfather to hear his tales.
De kleinkinderen verzamelden zich rond hun grootvader om naar zijn verhalen te luisteren.
Voorbeelden
The report provided a grand summary of the year's achievements and future goals.
Het rapport gaf een groot overzicht van de prestaties van het jaar en de toekomstige doelen.
Voorbeelden
She saved up a grand to take a trip to Europe.
Ze spaarde duizend om een reis naar Europa te maken.
Lexicale Boom
grandly
grandness
grand



























