Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Overall
01
tuinbroek, overall
denim trousers with a bib and shoulder straps, often worn as work clothing
Dialect
American
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
overalls
Voorbeelden
He wore a pair of overalls while painting the barn.
Hij droeg een overall terwijl hij de schuur schilderde.
02
een overall, een werkbroek
a loose protective garment worn over clothes for dirty or hazardous tasks
Voorbeelden
The chef donned an overall to keep his uniform clean.
De chef trok een overall aan om zijn uniform schoon te houden.
overall
01
algemeen, totaal
including or considering everything or everyone in a certain situation or group
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
The overall health of the population improved significantly after the implementation of new healthcare policies.
De algemene gezondheid van de bevolking verbeterde aanzienlijk na de implementatie van nieuw gezondheidsbeleid.
Voorbeelden
The overall summary of the report highlighted key trends without delving into individual statistics.
De algemene samenvatting van het rapport benadrukte de belangrijkste trends zonder in te gaan op individuele statistieken.
overall
01
Al met al, Over het geheel genomen
with everything considered
grammaticale informatie
vragend bijwoord
Voorbeelden
Overall, the event was a great success.
Over het geheel genomen was het evenement een groot succes.
02
over het algemeen, in het algemeen
with everyone or everything included
Voorbeelden
He felt overall satisfied with his performance in the exam, despite a few mistakes.
Hij voelde zich over het algemeen tevreden met zijn prestatie tijdens het examen, ondanks enkele fouten.



























