to govern
go
ˈgʌ
ga
vern
vən
vēn

Definitie en betekenis van "govern"in het Engels

to govern
01

regeren, beheren

to officially have the control and authority to rule over a country and manage its affairs 
Transitive: to govern a country
to govern definition and meaning
Voorbeelden
Elected leaders govern the nation, making decisions for the welfare of its citizens. 

Gekozen leiders regeren de natie, nemen beslissingen voor het welzijn van haar burgers.

02

regelen, controleren

to regulate or control a person, course of action or event or the way something happens 
Transitive: to govern sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
govern
3e persoon enkelvoud
governs
onvoltooid deelwoord
governing
onvoltooid verleden tijd
governed
voltooid deelwoord
governed
Voorbeelden
The new laws will govern how companies can handle customer data to ensure privacy and security. 

De nieuwe wetten zullen regelen hoe bedrijven klantgegevens kunnen verwerken om privacy en veiligheid te waarborgen.

03

regeren, beheersen

to direct or manage someone's actions or behavior 
Transitive: to govern behaviors or actions
Voorbeelden
She tried to govern her temper during the heated argument. 

Ze probeerde haar humeur te beheersen tijdens het verhitte debat.

04

regeren, beheersen

(of a word) to require or dictate that another word or group of words take a specific grammatical form 
Transitive: to govern a word
Voorbeelden
The verb "to give" governs both the indirect and direct objects in a sentence. 

Het werkwoord "geven" regeert zowel het indirecte als het directe object in een zin.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store