Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to emphasize
01
benadrukken, nadruk leggen op
to give special attention or importance to something
Transitive: to emphasize importance of something
Voorbeelden
Throughout her campaign speech, the candidate emphasized her plans for improving education and healthcare if elected.
Gedurende haar campagne-toespraak benadrukte de kandidaat haar plannen voor het verbeteren van onderwijs en gezondheidszorg als ze verkozen zou worden.
02
benadrukken, uitlichten
to highlight something and make it easier to notice by drawing attention toward it
Transitive: to emphasize a visual element
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
emphasize
3e persoon enkelvoud
emphasizes
onvoltooid deelwoord
emphasizing
onvoltooid verleden tijd
emphasized
voltooid deelwoord
emphasized
Voorbeelden
The bold belt emphasized the waistline of the dress, creating an hourglass silhouette.
De dikke riem benadrukte de taille van de jurk, waardoor een zandlopersilhouet ontstond.
03
benadrukken, nadruk leggen op
to give particular importance or attention to a word through vocal inflection or stress
Transitive: to emphasize a spoken word
Voorbeelden
When discussing the importance of teamwork, the coach emphasized the word "collaboration" to underscore its significance.
Toen hij het belang van teamwork besprak, benadrukte de coach het woord "samenwerking" om het belang ervan te onderstrepen.
Lexicale Boom
emphasized
emphasizing
overemphasize
emphasize
emphasis



























