Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to effuse
01
uitstorten, uitstralen
to release freely, often in a natural or uncontrolled manner
Transitive: to effuse sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
effuse
3e persoon enkelvoud
effuses
onvoltooid deelwoord
effusing
onvoltooid verleden tijd
effused
voltooid deelwoord
effused
Voorbeelden
The flowers effused a delightful fragrance, filling the room with a sweet scent.
De bloemen verspreidden een heerlijke geur, die de kamer vulde met een zoete geur.
02
uitstromen, verspreiden
to spread outwards
Intransitive: to effuse from a source
Voorbeelden
The aroma of freshly baked bread effused from the bakery.
De geur van versgebakken brood verspreidde zich vanuit de bakkerij.
03
uitgieten, stromen
to pour out a liquid in a steady flow or stream
Transitive: to effuse a liquid
Voorbeelden
With a gentle tilt, she effused the fragrant oil from the bottle onto her skin, enjoying its soothing scent.
Met een zachte kanteling goot ze de geurige olie uit de fles op haar huid, genietend van de kalmerende geur.
Lexicale Boom
effusion
effusive
effuse



























