Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to beg
01
bedelen, smeken
to humbly ask for something, especially when one needs or desires that thing a lot
Transitive: to beg for sth
Ditransitive: to beg sb to do sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
beg
3e persoon enkelvoud
begs
onvoltooid deelwoord
begging
onvoltooid verleden tijd
begged
voltooid deelwoord
begged
Voorbeelden
Every day, he begs for a few coins at the street corner.
Elke dag bedelt hij om wat munten op de hoek van de straat.
02
bedelen, smeken
to ask people for money or food, usually in public places
Intransitive
Voorbeelden
The beggar held out his hands and begged for alms from the pedestrians.
De bedelaar strekte zijn handen uit en bedelde om aalmoezen van de voorbijgangers.
03
smeken, bidden
to earnestly request or implore for something
Transitive: to beg sth
Voorbeelden
He begged forgiveness from his sister for forgetting her birthday.
Hij smeekte zijn zus om vergeving omdat hij haar verjaardag was vergeten.
04
ontwijken, omzeilen
to avoid settling or dealing with a problem to avoid responsibility
Transitive: to beg a problem or issue
Voorbeelden
Instead of providing a direct answer, he attempted to beg the issue by changing the subject.
In plaats van een direct antwoord te geven, probeerde hij de kwestie te ontwijken door van onderwerp te veranderen.
Lexicale Boom
begging
beg



























