to ordain
or
ɔ:
aw
dain
ˈdeɪn
dein
urbanearcaneattainstrain

Definitie en betekenis van "ordain"in het Engels

to ordain
01

gelasten, verordenen

to officially order something using one's higher authority 
Transitive: to ordain sth
to ordain definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
ordain
3e persoon enkelvoud
ordains
onvoltooid deelwoord
ordaining
onvoltooid verleden tijd
ordained
voltooid deelwoord
ordained
Voorbeelden
The religious leader ordained a day of fasting and prayer for the community. 

De religieuze leider bepaalde een dag van vasten en gebed voor de gemeenschap.

02

wijden, aanstellen

to officially confer or appoint someone to a position, typically within a religious context such as the priesthood 
Transitive: to ordain sb
Voorbeelden
The bishop ordains new priests during the annual ceremony at the cathedral. 

De bisschop wijdt nieuwe priesters tijdens de jaarlijkse ceremonie in de kathedraal.

03

beschikken, voorbeschikken

(of a higher power) to prearrange or predestine something 
Transitive: to ordain an event
Voorbeelden
It is believed that fate had ordained their meeting, as if their paths were destined to cross. 

Men gelooft dat het lot hun ontmoeting had beschikt, alsof hun paden bestemd waren om elkaar te kruisen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store