Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to ordain
01
gelasten, verordenen
to officially order something using one's higher authority
Transitive: to ordain sth
Voorbeelden
The council ordained the construction of a new bridge to improve transportation in the city.
De raad bepaalde de bouw van een nieuwe brug om het vervoer in de stad te verbeteren.
02
wijden, aanstellen
to officially confer or appoint someone to a position, typically within a religious context such as the priesthood
Transitive: to ordain sb
Voorbeelden
Currently, the seminary is ordaining a group of deacons to serve in various parishes.
Momenteel wijdt het seminarie een groep diakens in om in verschillende parochies te dienen.
03
beschikken, voorbeschikken
(of a higher power) to prearrange or predestine something
Transitive: to ordain an event
Voorbeelden
Despite their efforts to change the course of events, it seemed that destiny had already ordained their fate.
Ondanks hun inspanningen om het verloop van de gebeurtenissen te veranderen, leek het alsof het lot hun lot al had beschikt.
Lexicale Boom
ordained
ordainer
preordain
ordain



























