Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to nail down
[phrase form: nail]
01
vastspijkeren, met spijkers bevestigen
to secure something in place by using nails
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
down
basiswerkwoord
nail
tegenwoordige tijd
nail down
3e persoon enkelvoud
nails down
onvoltooid deelwoord
nailing down
onvoltooid verleden tijd
nailed down
voltooid deelwoord
nailed down
Voorbeelden
The construction crew is currently nailing down the baseboards in the new house.
De bouwploeg is momenteel de plinten in het nieuwe huis vast te spijkeren.
02
vastleggen, tot overeenstemming komen
to finally come to an agreement or decision
Voorbeelden
Our focus this week is nailing down the logistics for the event.
Onze focus deze week is het vastleggen van de logistiek voor het evenement.
03
een duidelijk antwoord krijgen, een toezegging veiligstellen
to make someone give a clear and definite answer or commitment
Voorbeelden
Despite repeated inquiries, I could n't nail her to a clear answer.
Ondanks herhaalde vragen, kon ik haar niet tot een duidelijk antwoord dwingen.



























