little
li
ˈlɪ
li
ttle
təl
tēl
British pronunciation
/ˈlɪtəl/

Definitie en betekenis van "little"in het Engels

01

klein, minuscuul

below average in size
little definition and meaning
example
Voorbeelden
The little cottage nestled among the trees was the perfect retreat for a quiet weekend getaway.
Het kleine huisje verscholen tussen de bomen was de perfecte retreat voor een rustig weekendje weg.
1.1

klein, minuscuul

(of a person) physically short and small compared to others
little definition and meaning
example
Voorbeelden
The little boy struggled to reach the cookies on the top shelf.
Het kleine jongetje had moeite om de koekjes op de bovenste plank te bereiken.
02

klein, jong

very young, often used affectionately
example
Voorbeelden
The daycare center is designed to cater to the needs of little kids.
Het kinderdagverblijf is ontworpen om te voldoen aan de behoeften van kleine kinderen.
example
Voorbeelden
The minor errors in the report were deemed little and did not affect the overall evaluation.
De kleine fouten in het rapport werden als onbeduidend beschouwd en hadden geen invloed op de algehele evaluatie.
3.1

klein, kort

brief in distance or duration
example
Voorbeelden
The movie is just a little over an hour long.
De film duurt maar iets meer dan een uur.
3.2

zwak, flauw

(of a voice) faint or weak in sound, barely audible
example
Voorbeelden
The little whisper was almost lost amidst the chatter of the party.
Het kleine gefluister ging bijna verloren in het geklets van het feest.
04

bekrompen, kleinzielig

narrow-minded or lacking in intellectual depth
example
Voorbeelden
His little thoughts were always focused on trivial matters.
Zijn kleine gedachten waren altijd gericht op triviale zaken.
little
01

weinig, een beetje

to a small extent or degree
little definition and meaning
example
Voorbeelden
She ate very little at dinner.
Ze at heel weinig tijdens het diner.
01

weinig, een beetje

used to indicate a small degree, amount, etc.
little definition and meaning
example
Voorbeelden
There is little milk left in the fridge.
Er is weinig melk over in de koelkast.
01

kleine, kind

a young child
example
Voorbeelden
The teacher read a story to the little before nap time.
De leraar las een verhaal voor aan de kleine voor het dutje.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store