Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The room had a small window that let in just a little sunlight.
De kamer had een klein raam dat maar een beetje zonlicht binnenliet.
02
klein, gering
minor or limited in extent, intensity, or amount
Voorbeelden
They made a small change to the design.
Ze hebben een kleine verandering aan het ontwerp gemaakt.
Voorbeelden
The small child watched the cartoon with wide eyes.
Het kleine kind keek met grote ogen naar de tekenfilm.
04
klein, bescheiden
(of a business) operating with limited resources, revenue, and market reach, often serving a local or niche market
Voorbeelden
The small café thrived by offering unique, homemade pastries and a cozy atmosphere.
Het kleine café bloeide door unieke, zelfgemaakte gebakjes en een gezellige sfeer aan te bieden.
Voorbeelden
The instructions were printed in small type, making them hard to read.
De instructies waren gedrukt in kleine letters, waardoor ze moeilijk te lezen waren.
06
bekrompen, krenterig
involving narrow-minded actions or attitudes
Voorbeelden
The small response to the charity fundraiser reflected a lack of community support.
De kleine reactie op de liefdadigheidsactie weerspiegelde een gebrek aan gemeenschapssteun.
01
kleine maat
a size or measurement that is typically smaller than average, often used to describe clothing or other physical objects
Voorbeelden
He needed a small in these particular sneakers.
Hij had een kleine maat nodig in deze specifieke sneakers.
Voorbeelden
The physiotherapist focused on exercises that strengthen the small.
De fysiotherapeut richtte zich op oefeningen die de onderrug versterken.
03
een klein deel, een klein stukje
a part or portion that is small in size
Voorbeelden
He found a small of the rare coin at the flea market.
Hij vond een klein stukje van de zeldzame munt op de vlooienmarkt.
small
Voorbeelden
She wrote small in the margins of her notebook.
Ze schreef klein in de marges van haar notitieboek.
Lexicale Boom
smallish
smallness
small



























