hacher
Pronunciation
/ˈaʃe/

Definitie en betekenis van "hacher"in het Frans

hacher
01

hakken, fijnsnijden

réduire la viande en petits morceaux ou en pâte à l'aide d'un hachoir ou d'un couteau, souvent pour préparer des plats comme des boulettes ou des sauces
hacher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
hache
1e persoon meervoud
hachons
1e persoon toekomende tijd
hacherai
voltooid deelwoord
haché
1e persoon meervoud imperfectum
hachions
Voorbeelden
Le chef hache le veau pour la farce.
De chef hakt het kalfsvlees voor de vulling.
02

hakken, in stukjes snijden

couper des aliments (viande, légumes, herbes, etc.) en petits morceaux, généralement irréguliers
hacher definition and meaning
Voorbeelden
La viande est hachée pour préparer des boulettes.
Het vlees wordt gehakt om gehaktballen te bereiden.
03

verwoesten, vernietigen

causer de grands dégâts à un objet, un lieu ou une structure, souvent de manière brutale ou fragmentée
Voorbeelden
L' incendie a haché le bâtiment en ruines.
De brand verwoestte het gebouw tot ruïnes.
04

hakken, vergruizen

diviser quelque chose en parties, souvent pour en faciliter l'analyse, l'organisation ou le traitement
Voorbeelden
Elle hache le texte en paragraphes clairs.
Ze hakt de tekst in duidelijke alinea's.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store