quedar
Pronunciation
/keðˈaɾ/

Definitie en betekenis van "quedar"in het Spaans

quedar
01

zich bevinden, liggen

estar situado en un lugar determinado
quedar definition and meaning
example
Voorbeelden
La escuela queda lejos del centro.
De school bevindt zich ver van het centrum.
02

blijven, verblijven

permanecer en un lugar sin irse
quedar definition and meaning
example
Voorbeelden
Nos quedamos en la playa hasta el atardecer.
We bleven op het strand tot zonsondergang.
03

passen, staan

tener una prenda la talla o forma adecuada para una persona
quedar definition and meaning
example
Voorbeelden
¿ Cómo me queda esta chaqueta?
Hoe past deze jas mij ?
04

afspreken om elkaar te ontmoeten, een afspraak maken

acordar encontrarse con alguien en un lugar y hora determinados
quedar definition and meaning
example
Voorbeelden
¿ Quieres quedar conmigo mañana?
Wil je morgen met mij afspreken?
05

worden, zich bevinden

cambiar de estado o condición, generalmente de forma inesperada o permanente
quedar definition and meaning
example
Voorbeelden
Ellos se quedaron sin trabajo por la crisis.
Zij raakten werkloos door de crisis.
06

overblijven

seguir existiendo una parte o cantidad de algo después de haber usado o eliminado el resto
example
Voorbeelden
Queda un poco de leche en la nevera.
Er blijft nog een beetje melk over in de koelkast.
07

houden, bewaren

conservar o mantener algo en posesión o estado
example
Voorbeelden
Me quedaré con este abrigo, me gusta mucho.
Ik zal deze jas houden, ik vind hem erg leuk.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store