Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
flapperen, wapperen
Op dit moment wappert de was aan de waslijn in de zachte bries.
flapperen, slaan
Met een krachtige duw sloeg de adelaar zijn majestueuze vleugels, moeiteloos zwevend boven de bergtoppen.
zich opwinden, in paniek raken
De ouder begon zich zorgen te maken toen ze zich realiseerden dat hun kind te laat was voor school.
flapperen, slaan
Het kind sloeg de pagina's van het boek snel om, in een poging de aandacht van hun ouder te trekken.
flapperen, slaan
Hij begon met zijn armen te zwaaien toen hij zijn evenwicht op de golf verloor.
flap, klep
Het flapje van de tent was open gelaten, waardoor een koele bries naar binnen kon waaien.
klep, vleugelklep
De piloot stelde de kleppen in voor de landing.
lob, huidlob
De chirurg tilde een huidlap op om de wond te bedekken.
geklapper, geslag
Het geklapper van vleugels vulde de lucht toen de duiven opstegen.
opwinding, onrust
Iedereen was in opwinding voordat de gasten arriveerden.
flap, omslaglip
De foto van de auteur werd afgedrukt op de achterste flap.
Lexicale Boom



























