Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to favor
01
verkiezen, bevoordelen
to prefer someone or something to an alternative
Transitive: to favor sb/sth | to favor one option over another
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
favor
3e persoon enkelvoud
favors
onvoltooid deelwoord
favoring
onvoltooid verleden tijd
favored
voltooid deelwoord
favored
Voorbeelden
He tends to favor action movies over romantic comedies.
Hij heeft de neiging om actiefilms te verkiezen boven romantische komedies.
02
bevoordelen, begunstigen
to treat someone better than someone else, especially in an unfair manner
Transitive: to favor sb
Voorbeelden
They favor their best clients with special discounts.
Ze bevoordelen hun beste klanten met speciale kortingen.
03
ontzien, sparen
to avoid putting full pressure on an injured part of the body
Transitive: to favor an injured limb
Voorbeelden
He was favoring his injured toe and avoided running.
Hij ontzag zijn gewonde teen en vermeed hardlopen.
04
bevoordelen, ondersteunen
to provide conditions or opportunities that help someone or something succeed
Transitive: to favor sth
Voorbeelden
The timing of the event favors those with evening commitments.
Het tijdstip van het evenement bevoordeelt degenen met avondverplichtingen.
01
gunst, dienst
a kind act that is done to help a person
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
favors
Voorbeelden
He did her a favor by helping with the project.
Hij deed haar een gunst door te helpen met het project.
02
gunst, voordeel
an advantage given to someone or something
Voorbeelden
He played in favor of his own team's strategy.
Hij speelde ten gunste van de strategie van zijn eigen team.
03
gunst, voorkeur
an inclination or tendency to approve or support
Voorbeelden
Critics were in favor of the novel's style.
Critici waren voor de stijl van de roman.
04
aandenken, cadeautje
a small gift given to guests as a keepsake at a party or event
Voorbeelden
She prepared favors for everyone at the baby shower.
Ze bereidde aandenkens voor iedereen op de babyshower voor.
05
gunst, achting
a feeling of goodwill or positive regard
Voorbeelden
Her contributions earned her favor among colleagues.
Haar bijdragen leverden haar de gunst op onder collega's.
Lexicale Boom
disfavor
favored
favor



























