Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to erode
01
eroderen, uitslijten
(of natural forces such as wind, water, or other environmental factors) to gradually wear away or diminish the surface of a material
Transitive: to erode the surface of a material
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
erode
3e persoon enkelvoud
erodes
onvoltooid deelwoord
eroding
onvoltooid verleden tijd
eroded
voltooid deelwoord
eroded
Voorbeelden
The river's strong currents eroded the riverbank over time.
De sterke stromingen van de rivier hebben de oever in de loop der tijd uitgehold.
1.1
eroderen, uitslijten
to undergo gradual wearing away or reduction in size, typically as a result of natural forces or environmental factors
Intransitive
Voorbeelden
The cliffs along the coast eroded slowly as the waves crashed against them.
De kliffen langs de kust erodeerden langzaam terwijl de golven ertegen sloegen.
02
uitputten, ondermijnen
to gradually destroy someone's confidence, trust, or emotional well-being due to negative experiences or influences
Transitive: to erode a person's emotional well-being
Voorbeelden
Constant criticism from her peers eroded Maria's self-esteem over time.
Aanhoudende kritiek van haar leeftijdsgenoten ondermijnde Maria's zelfvertrouwen in de loop der tijd.
2.1
eroderen, aantasten
(of one's confidence, trust, or emotional well-being) to gradually decline due to prolonged exposure to negative experiences or influences
Intransitive
Voorbeelden
Living in an unsafe neighborhood, Mark's sense of security eroded, leaving him anxious.
Levend in een onveilige buurt, erodeerde Marks gevoel van veiligheid, waardoor hij angstig werd.
Lexicale Boom
eroded
eroding
erode



























