Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to veneer
01
fineeren, het oppervlak van een object bedekken met een dunne laag decoratief materiaal
to cover the surface of an object with a thin layer of decorative material for a more appealing appearance
Transitive: to veneer surface
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
veneer
3e persoon enkelvoud
veneers
onvoltooid deelwoord
veneering
onvoltooid verleden tijd
veneered
voltooid deelwoord
veneered
Voorbeelden
The carpenter decided to veneer the tabletop with a layer of fine wood for an elegant finish.
De timmerman besloot om het tafelblad te fineeren met een laag fijn hout voor een elegante afwerking.
Veneer
01
fineer, bekleding
a decorative surface layer used to enhance the appearance of a structure
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
veneers
Voorbeelden
The house had a marble veneer that made it look luxurious.
Het huis had een marmeren fineer dat het er luxueus uit liet zien.
02
fineer, dunne houten laag
a thin layer of wood that is applied to the surface of a less expensive wood to improve its appearance or durability
Voorbeelden
The table had a cherry veneer over pine wood.
De tafel had een fineer van kersenhout over dennenhout.
03
vernis, bedrieglijke schijn
a superficial appearance that hides the true nature of something
Voorbeelden
His kindness was just a veneer hiding his selfishness.
Zijn vriendelijkheid was slechts een schijn die zijn egoïsme verborg.
Lexicale Boom
veneering
veneer



























