Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
draaien, tollen
Met elegante bewegingen draaide de danser sierlijk op het podium.
draaien, doen draaien
Met haar vingers draaide ze de tol, terwijl ze hem op de grond zag rondtollen en dansen.
spinnen, twijnen
Met een traditioneel spinnewiel spon de wever wolvezels tot garen.
uitstoten, verspreiden
In het midden van het park spoot een fontein water de lucht in.
uitrekken, onnodig lang maken
In plaats van bij de hoofdpunten te komen, draaide de spreker de presentatie met onnodige details.
informatie bevooroordeeld presenteren, een gunstige draai geven
Geconfronteerd met een schandaal probeerde de politicus het verhaal te draaien door gunstige aspecten te benadrukken.
spinnen, weven
In de stille hoek van de kamer spon de spin een zijdeachtig web.
spinnen, verzinnen
Met een levendige verbeelding spon de auteur een verhaal van fantasie en avontuur.
draai, werveling
De bovenkant ging in een snelle draai.
ritje, tochtje
Laten we de auto nemen voor een ritje door de stad.
interpretatie, presentatie
De politicus gaf een positieve draai aan het controversiële rapport.
draai, spin
De speler gebruikte zware spin om de bal scherp over het net te laten duiken.
draai, spin
Ze maakte een schone draai op haar surfplank, wat indruk maakte op de menigte.
op volle snelheid, met volle kracht
De bal vloog op volle snelheid over het veld.
Lexicale Boom



























