to move
move
mu:v
moov
movie

Definitie en betekenis van "move"in het Engels

to move
01

bewegen, verplaatsen

to change your position or location 
Intransitive: to move somewhere | to move in a specific manner
to move definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
move
3e persoon enkelvoud
moves
onvoltooid deelwoord
moving
onvoltooid verleden tijd
moved
voltooid deelwoord
moved
Voorbeelden
She moved quickly to avoid the falling object. 

Ze bewoog snel om het vallende voorwerp te vermijden.

1.1

bewegen, vertrekken

to make a quick start, departure, etc. 
Intransitive
Voorbeelden
The party was dying down, so I decided it was time to be moving. 

Het feestje liep op zijn einde, dus besloot ik dat het tijd was om te vertrekken.

1.2

verplaatsen, bewegen

(in board games, particularly the game of chess) to make a change in the position of a piece 
Transitive: to move a piece
Intransitive
to move definition and meaning
Voorbeelden
He moved his knight to a central square for better control. 

Hij verplaatste zijn paard naar een centraal veld voor betere controle.

1.3

bewegen, verplaatsen

to change or make someone or something change their position in an apparent way 
Transitive: to move sth
Voorbeelden
He moved his hand to catch the falling object. 

Hij bewoog zijn hand om het vallende voorwerp te vangen.

1.4

verhuizen, verplaatsen

to change one's place of residence or work 
Intransitive: to move somewhere
to move definition and meaning
Voorbeelden
He is moving to a different country to pursue his career. 

Hij verhuist naar een ander land om zijn carrière na te streven.

1.5

verkopen, afzetten

to sell something or make the arrangements for it to be sold 
Intransitive
Transitive: to move sth
Voorbeelden
The new smartphone model is moving quickly off the shelves—it's in high demand. 

Het nieuwe smartphone-model verkoopt zeer snel—het is zeer gewild.

02

vooruitgaan, vorderen

to develop or make progress in a specific direction or manner 
Intransitive: to move to a direction | to move in a specific manner
Voorbeelden
Her career is moving upward with each promotion. 

Haar carrière beweegt omhoog met elke promotie.

2.1

veranderen, ontwikkelen

to switch from one standpoint, state, or activity to a different one 
Intransitive: to move on a standpoint or decision
Transitive: to move sth to a point in time
Voorbeelden
Despite the evidence presented, he refused to move on his stance. 

Ondanks het gepresenteerde bewijs weigerde hij zijn standpunt te veranderen.

2.2

handelen, maatregelen nemen

to take action, particularly in order to solve a problem or achieve a goal 
Intransitive
Voorbeelden
She moved decisively to resolve the conflict between the two parties. 

Ze handelde vastberaden om het conflict tussen de twee partijen op te lossen.

03

bewegen, aansporen

to make someone do a particular thing 
Ditransitive: to move sb to do sth
Voorbeelden
Her passion for art moved her to enroll in a painting class. 

Haar passie voor kunst bewoog haar om zich in te schrijven voor een schilderles.

3.1

ontroeren, roeren

to make someone experience strong emotions, particularly sadness or sympathy 
Transitive: to move sb
Voorbeelden
He was visibly moved by the heartbreaking story of the homeless man he encountered. 

Hij was duidelijk ontroerd door het hartverscheurende verhaal van de dakloze man die hij tegenkwam.

04

voorstellen, indienen

to put forward a suggestion or proposal formally 
Transitive: to move a proposal | to move that
Voorbeelden
I move that we consider implementing a new recycling program in our office. 

Ik stel voor dat we overwegen een nieuw recyclingprogramma in ons kantoor te implementeren.

01

zet, initiatief

the act of making a decision or taking action towards a particular goal or outcome 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
moves
Voorbeelden
His move to start his own business surprised everyone. 

Zijn zet om zijn eigen bedrijf te starten verraste iedereen.

1.1

zet, beweging

a change made by a player in the position of a piece in a board game 
move definition and meaning
02

verhuizing

the act of relocating one's residence or place of business to a different location 
Voorbeelden
The company's move to a new office building was completed last month. 

De verhuizing van het bedrijf naar een nieuw kantoorgebouw werd vorige maand voltooid.

03

beweging, gebaar

a change in position or posture, often within a particular context, that does not involve relocating to a different place 
Voorbeelden
She practiced her dance moves in front of the mirror. 

Ze oefende haar dansbewegingen voor de spiegel.

04

beweging, verplaatsing

the act of changing location from one place to another 
Voorbeelden
She made a swift move to the other side of the room. 

Ze maakte een snelle beweging naar de andere kant van de kamer.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store