Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
aufnehmen
01
opnemen, vastleggen
Ton, Video oder Daten speichern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
auf
basiswerkwoord
nehmen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
nehme auf
3e persoon enkelvoud
nimmt auf
onvoltooid deelwoord
aufnehmend
onvoltooid verleden tijd
nahm auf
voltooid deelwoord
aufgenommen
Voorbeelden
Hast du die Sendung gestern aufgenommen?
Heb je gisteren de show opgenomen ?
02
oppakken, optillen
Etwas physisch hochheben oder aufsammeln
Voorbeelden
Sie nahm das Baby in die Arme.
Ze nam de baby in haar armen.
03
opnemen, aanknopen
Eine Verbindung, Beziehung oder Kommunikation starten
Voorbeelden
Der Computer nimmt eine Verbindung zum Netzwerk auf.
De computer legt een verbinding met het netwerk aan.
04
accepteren, opnemen
Jemanden oder etwas annehmen oder beherbergen
Voorbeelden
Der Verein nimmt Spenden an.
De vereniging accepteert donaties.



























