Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to flump
01
ploffen, zwaar neerploffen
to fall or sit down heavily, often with a soft or muffled sound
Intransitive: to flump somewhere
Voorbeelden
The exhausted student flumped into the chair after completing a challenging exam.
De uitgeputte student plofte neer in de stoel na het voltooien van een uitdagend examen.
02
neerzetten met een duidelijk geluid, gooien met een gedempt geluid
to set or throw an object down with a distinct, often soft or muffled sound
Transitive: to flump sth somewhere
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
flump
3e persoon enkelvoud
flumps
onvoltooid deelwoord
flumping
onvoltooid verleden tijd
flumped
voltooid deelwoord
flumped
Voorbeelden
The tired chef flumped the chopping board onto the kitchen counter, completing the meal preparation.
De vermoeide chef flumpte de snijplank op het aanrecht, waarmee de maaltijdvoorbereiding voltooid was.



























