to signal
sig
ˈsɪg
sig
nal
nəl
nēl

Definitie en betekenis van "signal"in het Engels

to signal
01

signaleren, een teken geven

to give someone a message, instruction, etc. by making a sound or movement 
Transitive: to signal sth
Ditransitive: to signal sb to do sth
to signal definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
signal
3e persoon enkelvoud
signals
onvoltooid deelwoord
signaling
onvoltooid verleden tijd
signaled
voltooid deelwoord
signaled
Voorbeelden
The coach signaled the players to execute a specific play using hand gestures. 

De coach seinde de spelers om een specifieke actie uit te voeren met behulp van handgebaren.

02

signaleren, aangeven

to indicate something as a sign for something else 
Transitive: to signal sth | to signal that
Voorbeelden
The dark clouds in the sky signaled an approaching storm. 

De donkere wolken aan de hemel kondigden een naderende storm aan.

03

signaleren, uiten

to do something to make one's feelings or opinions known 
Transitive: to signal an opinion or sentiment
Voorbeelden
She signaled her disapproval by crossing her arms and frowning. 

Ze gaf haar afkeuring aan door haar armen over elkaar te slaan en te fronsen.

01

signaal, signalen

a series of electrical or radio waves carrying data to a radio, television station, or mobile phone 
signal definition and meaning
Voorbeelden
The satellite transmits a signal to the television station, allowing live broadcasts to be aired. 

De satelliet zendt een signaal naar het televisiestation, waardoor live-uitzendingen kunnen worden uitgezonden.

02

signaal, teken

a gesture or action used to convey a message without using words 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
signals
Voorbeelden
She raised her hand as a signal to get the teacher's attention. 

Ze stak haar hand op als een signaal om de aandacht van de leraar te krijgen.

03

signaal, aanwijzing

any stimulus, warning, or indication that encourages or triggers a specific action 
Voorbeelden
The bell was the signal to begin class. 

De bel was het signaal om de les te beginnen.

01

opmerkelijk, uitzonderlijk

unusually important, remarkable, or outstanding in quality or effect 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most signal
vergrotende trap
more signal
gradueerbaar
Voorbeelden
She made a signal contribution to the research project. 

Ze leverde een opmerkelijke bijdrage aan het onderzoeksproject.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store