Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rij, lijn
De leerlingen zaten in een rij tijdens de bijeenkomst en luisterden aandachtig naar de gastspreker.
een ruzie, een dispuut
De media hebben de lopende ruzie tussen de beroemdheden uitgebreid behandeld.
roeien, roeisport
Ze genoot van het vredige ritme van elke roeislag tijdens haar ochtendsessies op het meer.
rij, lijn
De hele rij barstte in applaus uit na de laatste scène.
rij, lijn
De boer plantte een rij maïs langs de rand van het veld.
rij, lijn
De metselaar plaatste elke baksteen zorgvuldig in de rij om ervoor te zorgen dat deze waterpas was.
reeks, serie
Ze won drie spellen achter elkaar tijdens het schaaktoernooi.
rij, lijn
De spreadsheet toonde een rij cijfers voor elke maand van het jaar.
roeien, peddelen
Het team werkte samen om de boot over het kalme meer te roeien.
ruzie maken, twisten
De buren ruziën vaak over de gedeelde parkeerplaats voor hun huizen.



























