schlagen
Pronunciation
/ˈʃlaːɡən/

Definitie en betekenis van "schlagen"in het Duits

schlagen
[past form: schlug]
01

slaan, meppen

Mit Kraft auf etwas oder jemanden einwirken
schlagen definition and meaning
example
Voorbeelden
Sie schlug vor Wut auf den Tisch.
Ze sloeg op tafel van woede.
02

vechten

Sich körperlich mit jemandem auseinandersetzen
schlagen definition and meaning
example
Voorbeelden
Sie schlugen sich um das letzte Stück Kuchen.
Ze vochten om het laatste stukje taart.
03

verslaan, overwinnen

Jemanden in einem Wettkampf überwinden
schlagen definition and meaning
example
Voorbeelden
Der Schachspieler schlug seinen Rivalen.
De schaker versloeg zijn rivaal.
04

overwinnen, verslaan

Etwas Schwieriges bewältigen
schlagen definition and meaning
example
Voorbeelden
Er schlug seine Angst vor Spinnen.
Hij overwon zijn angst voor spinnen.
05

kloppen

Zutaten durch Schlagen verbinden
schlagen definition and meaning
example
Voorbeelden
Meine Oma schlug den Teig von Hand.
Mijn oma klopte het deeg met de hand.
06

invloed hebben, zich laten voelen

Spürbare Folgen haben
schlagen definition and meaning
example
Voorbeelden
Die Inflation schlägt sich im Portemonnaie.
Inflatie is voelbaar in de portemonnee.
07

zich begeven, zich richten

Sich in eine Richtung begeben
schlagen definition and meaning
example
Voorbeelden
Die Truppe schlug sich zur Front.
De troepen gingen naar het front.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store