mourir
Pronunciation
/muʀiʀ/

Definitie en betekenis van "mourir"in het Frans

mourir
01

sterven, overlijden

cesser de vivre
mourir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
meurs
1e persoon meervoud
mourons
1e persoon toekomende tijd
mourrai
onvoltooid deelwoord
mourant
voltooid deelwoord
mort
1e persoon meervoud imperfectum
mourions
Voorbeelden
Les poissons peuvent mourir s' il n' y a pas assez d' oxygène.
Vissen kunnen sterven als er niet genoeg zuurstof is.
02

uitgaan, doven

cesser de brûler ou de produire de la lumière
mourir definition and meaning
Voorbeelden
Les flammes meurent à cause de la pluie.
De vlammen doven vanwege de regen.
03

verdwijnen, ophouden te bestaan

disparaître ou cesser d'exister
Voorbeelden
Leur culture est en train de mourir.
Hun cultuur is aan het sterven.
04

verzwakken, afnemen

devenir plus faible ou diminuer
Voorbeelden
L' intérêt pour ce projet meurt avec le temps.
De interesse in dit project sterft met de tijd.
05

op sterven na dood zijn, stervende zijn

être près de mourir
Voorbeelden
Elle se meurt lentement, entourée de sa famille.
Ze sterft langzaam, omringd door haar familie.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store