acariciar

Definitie en betekenis van "acariciar"in het Spaans

acariciar
01

aaien, zachtjes aanraken

tocar suavemente a alguien o algo con afecto
acariciar definition and meaning
example
Voorbeelden
Siempre acaricia a su mascota antes de salir.
Hij aait altijd zijn huisdier voordat hij vertrekt.
02

koesteren, met genegenheid behandelen

tratar con afecto o respeto a alguien o algo
acariciar definition and meaning
example
Voorbeelden
Acarició la idea de viajar por el mundo.
Koesteren het idee om de wereld rond te reizen.
03

strelen, zachtjes aanraken

tocarse suavemente la barba, bigote o cabello
example
Voorbeelden
Se acariciaba el cabello frente al espejo.
Streek zijn haar voor de spiegel.
04

strelen, teder aanraken

tocarse mutuamente con ternura o afecto
example
Voorbeelden
Durante la siesta, se acariciaban suavemente.
Tijdens de siësta streelden ze elkaar zachtjes.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store