Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to announce
01
aankondigen, bekendmaken
to make plans or decisions known by officially telling people about them
Transitive: to announce a plan or decision
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
announce
3e persoon enkelvoud
announces
onvoltooid deelwoord
announcing
onvoltooid verleden tijd
announced
voltooid deelwoord
announced
Voorbeelden
The CEO announces the company's quarterly results during the board meeting.
De CEO kondigt de kwartaalresultaten van het bedrijf aan tijdens de bestuursvergadering.
02
aankondigen, bekendmaken
to give information about a TV or radio program
Transitive: to announce a TV or radio program
Voorbeelden
The news anchor announced a special report on the evening news.
De nieuwslezer kondigde een speciaal verslag aan in het avondnieuws.
03
aankondigen, verkondigen
to publicly declare or make known one's intention to run for a political office or position
Intransitive: to announce for an election or office
Voorbeelden
The senator announced for reelection during a press conference.
De senator kondigde tijdens een persconferentie aan dat hij zich herkiesbaar stelt.
04
aankondigen, voorspellen
to foretell or predict something
Transitive: to announce an upcoming event or change | to announce that
Voorbeelden
The economist announced an impending recession based on current market trends.
De econoom kondigde een naderende recessie aan op basis van de huidige markttrends.
05
aankondigen
to make known the beginning or arrival of an event or a person
Transitive: to announce sb/sth
Voorbeelden
As the host, she stood up and announced dinner, inviting everyone to the dining table.
Als gastvrouw stond ze op en kondigde het diner aan, waarbij ze iedereen uitnodigde aan de eettafel.
Lexicale Boom
announced
announcement
announcer
announce



























