fiddle
fi
ˈfɪ
fi
ddle
dəl
dēl
/fˈɪdə‍l/

Definitie en betekenis van "fiddle"in het Engels

01

viool, vedel

a bowed string musical instrument that is placed under the chin to be played, usually used in folk music
fiddle definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
fiddles
to fiddle
01

friemelen, spelen

to touch or handle something in a restless, absentminded, or often playful manner
Transitive: to fiddle with sth
to fiddle definition and meaning
Voorbeelden
Nervous about the upcoming presentation, he started to fiddle with his tie, adjusting it repeatedly.
Zenuwachtig over de aankomende presentatie begon hij aan zijn stropdas te frunniken, deze herhaaldelijk aan te passen.
02

viool spelen, fiedelen

to perform music on the violin
Transitive: to fiddle a piece of music
to fiddle definition and meaning
Voorbeelden
The orchestra fiddled a classical piece with grace and harmony.
Het orkest speelde een klassiek stuk met gratie en harmonie.
03

knutselen, afstellen

to tinker with something to enhance its functionality or performance
Transitive: to fiddle with sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
fiddle
3e persoon enkelvoud
fiddles
onvoltooid deelwoord
fiddling
onvoltooid verleden tijd
fiddled
voltooid deelwoord
fiddled
Voorbeelden
She fiddled with the recipe, adding a pinch of spice to enhance the flavor of the dish.
Ze prutste met het recept, voegde een snufje kruiden toe om de smaak van het gerecht te verbeteren.
04

vervalsen, manipuleren

to manipulate information dishonestly, often with the intent to gain financial advantage
Transitive: to fiddle information
Voorbeelden
She was accused of fiddling expense reports to embezzle funds from her employer.
Ze werd beschuldigd van het vervalsen van onkostenrapporten om geld van haar werkgever te verduisteren.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store