to dig
dig
dɪg
dig
wigrigzigbig

Definitie en betekenis van "dig"in het Engels

to dig
01

graven, opgraven

to remove earth or another substance using a tool, machine, or hands 
Intransitive: to dig in sth | to dig
to dig definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
onregelmatig
tegenwoordige tijd
dig
3e persoon enkelvoud
digs
onvoltooid deelwoord
digging
onvoltooid verleden tijd
dug
voltooid deelwoord
dug
Voorbeelden
The archaeologist used a shovel to dig for ancient artifacts. 

De archeoloog gebruikte een schep om te graven naar oude artefacten.

02

graven, opgraven

to extract something from the ground using a tool 
Transitive: to dig sth
to dig definition and meaning
Voorbeelden
The archaeologists dug artifacts from the site. 

De archeologen groeven artefacten op van de site.

03

graven, delven

to create a hole or cavity by removing earth or soil 
Transitive: to dig a hole or cavity
Voorbeelden
Sarah dug a hole in the garden to plant her new flowers. 

Sarah groef een gat in de tuin om haar nieuwe bloemen te planten.

04

begrijpen, vatten

to understand or comprehend the meaning or significance of something 
Transitive: to dig meaning of something
Voorbeelden
After reading the article twice, I finally dug the nuances of quantum mechanics. 

Na het artikel twee keer te hebben gelezen, heb ik eindelijk de nuances van de kwantummechanica begrepen.

05

porren, zachtjes duwen

to poke or push something lightly with a pointed object or finger 
Transitive: to dig sb
Voorbeelden
The child giggled as she dug her brother in the ribs to get his attention. 

Het kind grinnikte terwijl ze haar broer in de ribben prikte om zijn aandacht te trekken.

06

ijverig werken, ploeteren

to work diligently and methodically 
Transitive: to dig into an activity
Voorbeelden
He dug into his textbooks every night to improve his understanding of calculus. 

Hij dook elke avond in zijn schoolboeken om zijn begrip van calculus te verbeteren.

01

opgraving, graafwerk

the act of breaking or moving earth or another material with a tool or by hand 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
digs
Voorbeelden
He supervised the dig in the backyard for the garden pond. 

Hij begeleidde de graafwerkzaamheden in de achtertuin voor de vijver.

02

kleine inkeping, kleine holte

a small indentation, hollow, or gouge in a surface 
Voorbeelden
The book's cover had a dig from being dropped. 

De boekomslag had een deuk omdat hij was gevallen.

03

steek, spottende opmerking

a pointed or cutting remark aimed to criticize or provoke someone 
Voorbeelden
He made a dig at his colleague during the meeting. 

Hij maakte een steek naar zijn collega tijdens de vergadering.

04

opgravingslocatie, archeologische opgraving

a site where archaeological excavations are conducted 
Voorbeelden
The team worked at a dig in the ancient city. 

Het team werkte op een opgraving in de oude stad.

05

verdediging, redding

(volleyball) the defensive skill of passing or retrieving a spiked or rapidly hit ball 
Voorbeelden
His quick reflexes allowed him to make a perfect dig. 

Zijn snelle reflexen stelden hem in staat een perfecte redding te maken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store