Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to contain
01
bevatten, omvatten
to have or hold something within or include something as a part of a larger entity or space
Transitive: to contain sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
contain
3e persoon enkelvoud
contains
onvoltooid deelwoord
containing
onvoltooid verleden tijd
contained
voltooid deelwoord
contained
Voorbeelden
The box regularly contains various items like books and documents.
De doos bevat regelmatig verschillende items zoals boeken en documenten.
02
bevatten, omvatten
to consist of or include several different elements or parts
Transitive: to contain components
Voorbeelden
The book contains stories from different cultures and traditions.
Het boek bevat verhalen uit verschillende culturen en tradities.
03
inhouden, onderdrukken
to hold back or manage one's emotions, actions, or impulses
Transitive: to contain a feeling
Voorbeelden
She had to contain her excitement when she heard the good news.
Ze moest haar opwinding in bedwang houden toen ze het goede nieuws hoorde.
04
beheersen, beperken
to stop or limit the growth or spread of a serious issue or problem
Transitive: to contain a problem or danger
Voorbeelden
The authorities are doing everything they can to contain the outbreak of the disease.
De autoriteiten doen alles wat ze kunnen om de uitbraak van de ziekte in te dammen.
05
bevatten, zonder rest deelbaar zijn
(of a number) to be divisible by another number without leaving a remainder
Transitive: to contain a number
Voorbeelden
Twelve contains three, as 12 divided by 3 equals 4.
Twaalf bevat drie, want 12 gedeeld door 3 is gelijk aan 4.
Lexicale Boom
contained
container
containment
contain



























