Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to validate
01
valideren, bevestigen
to confirm or prove the accuracy, authencity, or effectiveness of something
Transitive: to validate sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
validate
3e persoon enkelvoud
validates
onvoltooid deelwoord
validating
onvoltooid verleden tijd
validated
voltooid deelwoord
validated
Voorbeelden
Rigorous testing and positive user feedback validated the reliability of the mobile app.
Rigoureuze tests en positieve gebruikersfeedback valideerden de betrouwbaarheid van de mobiele app.
02
valideren, bevestigen
to confirm or verify the legality or legitimacy of something, typically a document, contract, or action
Transitive: to validate a document or testimony
Voorbeelden
The judge validated the witness's testimony by corroborating it with other evidence presented in the case.
De rechter valideerde de getuigenverklaring door deze te bevestigen met ander bewijs dat in de zaak werd gepresenteerd.
03
valideren, certificeren
to officially approve or confirm something by marking or signing it
Transitive: to validate a document
Voorbeelden
She validated the check by signing it as authorized.
Ze valideerde de cheque door deze te ondertekenen als gemachtigde.
04
valideren, bevestigen
to support or confirm something with reliable evidence
Transitive: to validate a claim or idea
Voorbeelden
The research findings were validated by multiple independent studies.
De onderzoeksresultaten werden gevalideerd door meerdere onafhankelijke studies.
Lexicale Boom
invalidate
validated
validating
validate
valid



























