fallen
fa
ˈfa
fa
llen
lən
lēn
fällenfüllenfaltenfalzen

Definitie en betekenis van "fallen"in het Duits

fallen
01

vallen, neerstorten

Sich aufgrund der Schwerkraft nach unten bewegen 
fallen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
falle
3e persoon enkelvoud
fällt
onvoltooid deelwoord
fallend
onvoltooid verleden tijd
fiel
voltooid deelwoord
gefallen
Voorbeelden
Das Glas ist auf den Boden gefallen. 

Het glas is op de vloer gevallen.

02

vallen op, samenvallen met

Auf etwas treffen oder damit zusammenfallen 
fallen definition and meaning
Voorbeelden
Weihnachten fällt dieses Jahr auf einen Sonntag. 

Kerstmis valt op een zondag dit jaar.

03

afnemen, dalen

Weniger werden oder absinken 
fallen definition and meaning
Voorbeelden
Die Preise sind stark gefallen. 

De prijzen zijn sterk gedaald.

04

vallen

Vom Himmel herunterkommen 
fallen definition and meaning
Voorbeelden
Es fällt Schnee. 

Het sneeuwt.

05

vallen

Im Kampf oder durch Gewalt ums Leben kommen 
fallen definition and meaning
Voorbeelden
Er ist im Krieg gefallen. 

Hij is gevallen in de oorlog.

06

worden uitgesproken, worden beslist

Ausgesprochen oder entschieden werden 
fallen definition and meaning
Voorbeelden
Die Entscheidung ist gefallen. 

De beslissing is gevallen.

07

worden afgeschaft, worden geschrapt

Nicht mehr gelten oder wegfallen 
fallen definition and meaning
Voorbeelden
Das Verbot ist gefallen. 

Het verbod is opgeheven.

08

vallen in, vervallen in

In einen Zustand geraten 
Voorbeelden
Er fiel in Ohnmacht. 

Hij viel flauw.

09

vallen, worden ingenomen

Eingenommen oder besiegt werden 
Voorbeelden
Die Stadt ist gefallen. 
10

toevallen

Jemandem zufallen oder gehören 
Voorbeelden
Das Erbe fiel an den Sohn. 

De erfenis viel toe aan de zoon.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store