dämpfen

Definitie en betekenis van "dämpfen"in het Duits

dämpfen
01

stomen, koken in stoom

Mit Dampf kochen, also Lebensmittel schonend mit heißem Wasserdampf garen
dämpfen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
dämpfe
3e persoon enkelvoud
dämpft
onvoltooid deelwoord
dämpfend
onvoltooid verleden tijd
dämpfte
voltooid deelwoord
gedämpft
Voorbeelden
Beim Dämpfen bleiben viele Vitamine erhalten.
Stomen behoudt veel vitamines.
02

dempen, verminderen

etwas in seiner Stärke, Intensität oder Wirkung verringern
Voorbeelden
Das Material dämpft die Geräusche.
Het materiaal dempt de geluiden.
03

kalmeren, temperen

Gefühle, Reaktionen oder Entwicklungen beruhigen oder unter Kontrolle bringen
Voorbeelden
Das Gespräch dämpfte die Wut.
Het gesprek kalmeerde de woede.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store