Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
organiser
01
organiseren, plannen
préparer quelque chose avec méthode et en coordonnant les éléments nécessaires
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
organise
1e persoon meervoud
organisons
1e persoon toekomende tijd
organiserai
onvoltooid deelwoord
organisant
voltooid deelwoord
organisé
1e persoon meervoud imperfectum
organisions
Voorbeelden
L' école organise un spectacle de fin d' année.
De school organiseert een eindejaarsvoorstelling.
02
organiseren, opzetten
mettre en place un événement, une structure ou une activité de manière planifiée
Voorbeelden
L' association organise un centre d' accueil pour les réfugiés.
De vereniging organiseert een opvangcentrum voor vluchtelingen.
03
zich organiseren, zich plannen
préparer et répartir son temps ou ses tâches de manière efficace
Voorbeelden
Il s' est bien organisé pour réussir son projet.
Hij heeft zich goed georganiseerd om succesvol te zijn in zijn project.
04
zich structureren, zich organiseren
se structurer ou se former selon un certain ordre ou une certaine logique
Voorbeelden
Le projet s' organise peu à peu grâce à l' équipe.
Het project organiseert zich geleidelijk dankzij het team.



























