aborder
Pronunciation
/abɔʀde/

Definitie en betekenis van "aborder"in het Frans

aborder
01

aanleggen, meren

approcher un quai ou un rivage pour s'y amarrer
aborder definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
aborde
1e persoon meervoud
abordons
1e persoon toekomende tijd
aborderai
onvoltooid deelwoord
abordant
voltooid deelwoord
abordé
1e persoon meervoud imperfectum
abordions
Voorbeelden
Le ferry aborde doucement le rivage.
De veerboot nadert zachtjes de oever.
02

aanpakken, bespreken

commencer à traiter ou discuter un sujet ou une activité
aborder definition and meaning
Voorbeelden
Elle aborde toujours les sujets difficiles avec tact.
Ze benadert altijd moeilijke onderwerpen met tact.
03

botsen tegen, toevallig tegenkomen

entrer en contact avec quelque chose ou quelqu'un par accident
aborder definition and meaning
Voorbeelden
Nous avons abordé un ami dans le magasin.
We liepen een vriend tegen het lijf in de winkel.
04

benaderen, aanspreken

aller vers quelqu'un pour engager une conversation
aborder definition and meaning
Voorbeelden
Nous avons abordé le professeur après le cours.
We benaderden de leraar na de les.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store