Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
L'abricot
01
abrikoos, perzik
fruit rond à noyau, de couleur orange, à la chair juteuse et sucrée
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
abricots
Voorbeelden
J'ai mangé un abricot bien mûr ce matin.
Ik heb vanmorgen een goed gerijpte abrikoos gegeten.
abricot
01
abrikozenkleur, abrikozentint
de couleur orange clair et doux, semblable à celle du fruit
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
abricot
mannelijk meervoud
abricot
vrouwelijk enkelvoud
abricot
vrouwelijk meervoud
abricot
Voorbeelden
Elle a choisi une robe abricot pour l'été.
Ze koos een abrikozenkleurige jurk voor de zomer.



























