Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to imply
01
impliceren, doen vermoeden
to suggest without explicitly stating
Transitive: to imply an idea or attitude | to imply that
Voorbeelden
The politician 's vague statement implied support for the controversial policy.
De vage uitspraak van de politicus impliceerde steun voor het controversiële beleid.
02
impliceren, betekenen
to make something essential or required for an idea, action, or outcome to be successful or effective
Transitive: to imply a consequence or result
Voorbeelden
Reckless driving implies a higher chance of accidents.
Roekeloos rijden impliceert een hogere kans op ongelukken.
03
impliceren, doen vermoeden
to suggest that one thing is the logical consequence of the other
Transitive: to imply an underlying cause | to imply that
Voorbeelden
His consistent tardiness implies a lack of respect for others' time.
Zijn constante tardiness impliceert een gebrek aan respect voor de tijd van anderen.



























