clock
Pronunciation
/klɑk/

Definitie en betekenis van "clock"in het Engels

01

klok, wandklok

a device used to measure and show time
clock definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
clocks
Voorbeelden
I like the sound of the ticking clock.
Ik hou van het geluid van de klok die tikt.
02

kilometerteller, odometer

the instrument that shows the speed or mileage of the vehicle
Dialectbritish flagBritish
Voorbeelden
The clock in the truck indicated it was time for an oil change.
De klok in de truck gaf aan dat het tijd was voor een olieverversing.
to clock
01

klokken, de tijd meten

to measure the passage of time
Transitive: to clock time
to clock definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
clock
3e persoon enkelvoud
clocks
onvoltooid deelwoord
clocking
onvoltooid verleden tijd
clocked
voltooid deelwoord
clocked
Voorbeelden
He clocked the time it took to commute to work each day to optimize his route.
Hij tijdde hoe lang het elke dag duurde om naar zijn werk te pendelen om zijn route te optimaliseren.
02

ontmaskeren, herkennen

to recognize or notice that someone is transgender
to clock definition and meaning
slang
Voorbeelden
Being clocked can feel uncomfortable or invasive.
03

klokken, de snelheid meten van

to measure or record the speed of something
Transitive: to clock speed of something
Voorbeelden
They are clocking the speed of the new train to ensure it meets safety standards.
Ze meten de snelheid van de nieuwe trein om ervoor te zorgen dat deze voldoet aan de veiligheidsnormen.
04

opmerken, doorhebben

to notice, register, or recognize something
slang
Voorbeelden
He walked in late, and everyone clocked it right away.
Hij kwam te laat binnen en iedereen merkte het meteen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store