Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to weaken
01
verzwakken, ondermijnen
to make something physically or structurally less strong or sturdy
Transitive: to weaken a structure
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
weaken
3e persoon enkelvoud
weakens
onvoltooid deelwoord
weakening
onvoltooid verleden tijd
weakened
voltooid deelwoord
weakened
Voorbeelden
Exposure to harsh weather conditions can weaken the structure of outdoor furniture.
Blootstelling aan barre weersomstandigheden kan de structuur van buitenmeubilair verzwakken.
02
verzwakken, verzwakken
to lose strength or vitality
Intransitive
Voorbeelden
Over time, the rope began to weaken, fraying at the edges and becoming less reliable.
Na verloop van tijd begon het touw te verzwakken, rafelde aan de randen en werd minder betrouwbaar.
03
verzwakken, verminderen
to lessen the strength, intensity, size, or extent of something
Transitive: to weaken sth
Voorbeelden
The company decided to weaken its marketing campaign due to budget constraints.
Het bedrijf besloot zijn marketingcampagne te verzwakken vanwege budgetbeperkingen.
04
verzwakken, verminderen
to diminish or decline in strength or intensity
Intransitive
Voorbeelden
As the hurricane moved inland, its winds began to weaken.
Toen de orkaan landinwaarts bewoog, begonnen zijn winden af te nemen.
05
verzwakken, wankelen
to become less resolved or determined
Intransitive
Voorbeelden
Despite her initial enthusiasm, her resolve began to weaken as the challenges of the project became apparent.
Ondanks haar aanvankelijke enthousiasme begon haar vastberadenheid te verzwakken toen de uitdagingen van het project duidelijk werden.
Lexicale Boom
weakened
weakener
weakening
weaken



























