Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to walk
01
lopen, wandelen
to move forward at a regular speed by placing our feet in front of each other one by one
Intransitive
Voorbeelden
The baby just learned to walk and is taking a few steps at a time.
De baby heeft net leren lopen en zet een paar stappen tegelijk.
1.1
wandelen, slenteren
to take a leisurely stroll through a particular place or environment
Transitive: to walk a path
Voorbeelden
She decided to walk the garden paths to appreciate the beautiful flowers.
Ze besloot door de tuinpaden te wandelen om de mooie bloemen te waarderen.
1.2
lopen, wandelen
to traverse or cover an area by walking
Intransitive: to walk somewhere
Voorbeelden
We walked around the neighborhood.
We liepen door de buurt.
1.3
wandelen, slenteren
to move in a slow, relaxed manner, particularly in order to enjoy oneself
Intransitive
Voorbeelden
On sunny afternoons, we often walk by the lakeside.
Op zonnige middagen wandelen we vaak langs het meer.
1.4
uitlaten, wandelen met
to make a pet, usually a dog, exercise outside the house
Transitive: to walk an animal
Voorbeelden
They walk their Labrador in the neighborhood.
Ze lopen met hun Labrador in de buurt.
02
begeleiden, gidsen
to accompany or guide someone somewhere as to ensure they get there without any problems or do not come to any harm
Transitive: to walk sb somewhere
Voorbeelden
The tour guide walked us through the historic district.
De gids begeleidde ons door de historische wijk.
03
doorlopen naar het eerste honk door vier ballen buiten de slagzone, een walk ontvangen
(of a batter in baseball) to advance to first base by not swinging at four pitches that are outside the strike zone
Intransitive
Voorbeelden
The batter showed great discipline by walking instead of swinging at those pitches.
De slagman toonde grote discipline door te lopen in plaats van te slaan op die worpen.
04
een walk geven, een base on balls toekennen
(of a pitcher in baseball) to give a batter first base by throwing four pitches outside the strike zone
Transitive: to walk batters
Voorbeelden
He walked three batters in the last inning, loading the bases.
Hij liep drie slagmannen in de laatste inning, laadde de honken.
05
lopen, samenwerken
to collaborate or act in unity with others towards a common purpose or goal
Intransitive: to walk in a specific manner
Voorbeelden
In times of crisis, it 's important for nations to walk together to find solutions.
In tijden van crisis is het belangrijk dat naties samen lopen om oplossingen te vinden.
06
lopen, leven
to live or conduct oneself in a specified manner, often guided by certain principles or beliefs
Intransitive: to walk in a specific manner
Voorbeelden
The wise teacher advised his students to walk in truth and integrity.
De wijze leraar adviseerde zijn leerlingen om in waarheid en integriteit te wandelen.
07
verdwijen, weglopen
to vanish or be removed, usually without permission
Intransitive
Voorbeelden
Valuables tend to walk in this neighborhood, so be cautious.
Waardevolle spullen hebben de neiging om te verdwalen in deze buurt, dus wees voorzichtig.
08
verschijnen, zich vertonen
(of a ghost) to become visible
Intransitive
Transitive: to walk a place
Voorbeelden
As the clock struck midnight, the apparition started to walk the darkened corridors.
Toen de klok middernacht sloeg, begon de verschijning door de verduisterde gangen te lopen.
09
weggaan, vertrekken
(of a batsman in cricket) to leave the field voluntarily, without waiting for the umpire's decision, when the batsman believes they are out
Intransitive
Voorbeelden
She decided to walk after the LBW appeal, even though the umpire had n't raised the finger.
Ze besloot te vertrekken na het LBW-appel, ook al had de scheidsrechter zijn vinger niet opgestoken.
10
meelopen met, uitlaten
to move while taking something along with one
Transitive: to walk sth somewhere
Voorbeelden
They walked their luggage to the hotel.
Ze liepen met hun bagage naar het hotel.
11
verplaatsen, bewegen
to make something move in a manner that resembles the step-by-step motion of walking
Transitive: to walk sth somewhere
Voorbeelden
She walked the ladder across the room, lifting it one rung at a time.
Ze liet de ladder lopen door de kamer, hem één trede per keer optillend.
12
ontsnappen, vrijkomen
to escape legal consequences and avoid punishment for a crime, typically due to legal technicalities
Intransitive
Voorbeelden
The suspect walked after the key witness refused to testify.
De verdachte liep weg nadat de belangrijkste getuige weigerde te getuigen.
13
lopen, zich verplaatsen
to move using one's hands or a support like stilts while maintaining a walking-like motion
Intransitive: to walk on sth
Voorbeelden
The performer demonstrated his ability to walk on stilts, towering over the crowd.
De artiest toonde zijn vaardigheid om op stelten te lopen, uitstekend boven de menigte.
14
plotseling opstappen, zonder waarschuwing vertrekken
to abruptly quit or exit a job, role, or commitment, often without warning or prior notice
Intransitive
Voorbeelden
She was committed to the project, but she walked because of creative differences with the team.
Ze was toegewijd aan het project, maar ze is weggegaan vanwege creatieve verschillen met het team.
15
voortgaan, vorderen
(of a ship) to make forward progress or headway through the water
Intransitive
Voorbeelden
With its powerful engine, the cruise ship easily walked through the calm waters of the bay.
Met zijn krachtige motor voer het cruiseschip gemakkelijk door de kalme wateren van de baai.
16
lopen, langzaam dansen
to perform a dance, typically at a slow or measured pace
Transitive: to walk a dance
Voorbeelden
She gracefully walked a tango with her partner on the dance floor.
Ze liep sierlijk een tango met haar partner op de dansvloer.
Voorbeelden
I decided to go on a walk to enjoy the sunny weather.
Ik besloot een wandeling te maken om van het zonnige weer te genieten.
02
wandelpad, voetpad
a path set aside for walking
03
wandeling, basis op ballen
(baseball) an advance to first base by a batter who receives four balls
04
gang, manier van lopen
manner of walking
05
stap, gang
a slow gait of a horse in which two feet are always on the ground
06
carrière, pad
careers in general
Lexicale Boom
walker
walking
walking
walk



























