Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
toys
Voorbeelden
He had a collection of toys and loved pretending they were alive.
Hij had een verzameling speelgoed en hield ervan te doen alsof ze levend waren.
02
speelgoed, hondje
any of several breeds of very small dogs kept purely as pets
03
speelgoed, miniatuur
a copy that reproduces a person or thing in greatly reduced size
04
speelgoed, niet-functionele replica
a nonfunctional replica of something else (frequently used as a modifier)
05
speelgoed, spel
a device regarded as providing amusement
to toy
01
spelen met, onachtzaam bewegen
to play with or handle something in a restless or idle manner, often with slight, repetitive movements
Transitive: to toy with sth
Voorbeelden
The child sat quietly, content to toy with the small puzzle pieces in his hands.
Het kind zat rustig, tevreden om met de kleine puzzelstukjes in zijn handen te spelen.
02
spelen met, overwegen
to consider or engage in an idea or activity casually or without firm commitment
Transitive: to toy with an idea or activity
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
toy
3e persoon enkelvoud
toys
onvoltooid deelwoord
toying
onvoltooid verleden tijd
toyed
voltooid deelwoord
toyed
Voorbeelden
She toyed with the idea of quitting her job and traveling the world.
Ze speelde met het idee om haar baan op te zeggen en de wereld rond te reizen.
03
spelen met, spelen met iemands gevoelens
to play with someone's emotions or affections without genuine commitment or sincerity
Transitive: to toy with someone or their emotions
Voorbeelden
He's been toying with her for months, never committing to a serious relationship.
Hij speelt al maanden met haar, zonder ooit een serieuze relatie aan te gaan.
Lexicale Boom
toylike
toy



























