Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to scorch
01
aanbranden, licht verbranden
to burn something slightly on the surface, causing a change in color without significant damage
Transitive: to scorch sth
Voorbeelden
The iron was too hot and began to scorch the fabric.
Het strijkijzer was te heet en begon het stof lichtjes te verzengen.
02
verbranden, uitdrogen
to dry out or cause something to shrivel by applying intense heat
Transitive: to scorch sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
scorch
3e persoon enkelvoud
scorches
onvoltooid deelwoord
scorching
onvoltooid verleden tijd
scorched
voltooid deelwoord
scorched
Voorbeelden
The sun scorched the crops, leaving them brittle and dry.
De zon verschroeide de gewassen, waardoor ze broos en droog achterbleven.
03
verbranden, aanbranden
to become burned or singed, typically on the surface
Intransitive
Voorbeelden
The toast got too close to the broiler and began to scorch on the edges.
De toast kwam te dicht bij de grill en begon aan de randen te verbranden.
04
verbranden, verzengen
destroy completely by or as if by fire
Transitive: to scorch sth
Voorbeelden
The fire scorched everything in its path, leaving only ashes behind.
Het vuur veraste alles op zijn pad en liet alleen as achter.
Scorch
01
brandvlek, brandmerk
a discoloration caused by heat
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
scorches
02
oppervlakkige verbranding, oppervlaktebrand
a surface burn
03
verbranding, uitdroging
a plant disease that produces a browning or scorched appearance of plant tissues
Lexicale Boom
scorched
scorcher
scorching
scorch



























