Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to repair
01
repareren, herstellen
to fix something that is damaged, broken, or not working properly
Transitive: to repair sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
repair
3e persoon enkelvoud
repairs
onvoltooid deelwoord
repairing
onvoltooid verleden tijd
repaired
voltooid deelwoord
repaired
Voorbeelden
Can you help me repair this torn book page with tape?
Kun je me helpen deze gescheurde boekpagina met tape te repareren?
02
repareren, herstellen
to resolve an undesirable or problematic situation
Transitive: to repair an undesirable situation
Voorbeelden
The manager worked to repair the strained relationship between team members.
De manager werkte aan het herstellen van de gespannen relatie tussen teamleden.
03
zich begeven, gaan
to journey or travel to a destination
Intransitive: to repair somewhere
Voorbeelden
The group of friends repaired to their favorite café after a long day of hiking.
De groep vrienden begaf zich naar hun favoriete café na een lange dag wandelen.
04
repareren, compenseren
to take action in order to compensate for the harm that one has caused
Transitive: to repair a damage caused
Voorbeelden
The company repaired the environmental damage caused by the oil spill by funding cleanup efforts.
Het bedrijf herstelde de milieuschade veroorzaakt door de olieramp door de opschooninspanningen te financieren.
Repair
01
reparatie, herstel
the act of fixing something to make it work again
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
repairs
02
reparatie, staat
a formal way of referring to the condition of something
03
veelbezochte plaats, favoriete plek
a frequently visited place
Lexicale Boom
repairer
repairing
repair



























